Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het belang van de warming-up en cooling-down voor onze honden, voorafgaande aan een sportieve prestatie die ze moeten leveren zoals behendigheid, flyball of doggydance. Alle menselijke sporters doen het, maar ook in de paardensport wordt serieus met warming-up en cooling-down omgegaan.Een warming-up is verstandig voor de spieren, banden, pezen en gewrichten. Als geen warming-up wordt gehouden is de kans op acute blessures groter. Tevens kan je met een warming-up de kans op chronische klachten en blessures verminderen. Na de prestatie die een hond met behendigheid levert, moeten de spieren, pezen en gewrichten van de hond herstellen. Een cooling-down helpt daarbij. Behendigheid moet leuk zijn voor baas en hond, en blessures horen daar natuurlijk niet bij.
Een warming-up en cooling-down is in het belang van de hond en daarom een onderdeel van een verantwoorde en goede behendigheidstraining.
Warming up:
Spierweefsel heeft4-8 minutennodig om de bloedcirculatie optimaal op gang te brengen.
Inlopen uit te breiden tot ongeveer 10 minuten.
Bij maximale inspanningen zoals springen, sprinten e.d. is 10 minuten eigenlijk te kort.
Voor korte heftige inspanningen is 20 minuten geen overbodige luxe.(pakwerk, behendigheid, windhondenrennen)
Bij deze explosieve inspanningen moet er aan het einde van de warming-up wat snelle sprintjes gedaan worden om de hond voor te bereiden op de explosieve start van de wedstrijd.
Speelse gehoorzaamheidsoefeningen, en wat lichte spelletjes, zoals iets verstoppen en door de hond op laten zoeken, zijn uitstekende opwarmers.Na een minuut of 5 mag daar best eens rustig een balletje bij gegooid worden.
Cooling-down:10-15 minuten.
Bij sporten die uit korte, hevige inspanning bestaan, moet de cooling- down langer duren. 15-20 minuten is dan niet overdreven.
Uitvoering: b.v. rustige spelletjes die de hond langere tijd achter elkaar doet.
Waarom:
Intensieve inspanningen doen het melkzuur in het bloed en spieren toenemen.
Wanneer de spieren enige tijd op een laag niveau actief blijven, kan dit melkzuur uit de spieren afgevoerd worden door de bloedsomloop.
Hierdoor gaat het herstel na inspanning sneller.
Gebeurt dat niet, dan veroorzaakt melkzuur stijve, pijnlijke spieren die trager herstellen.
Een gevolg van achterblijvend melkzuur is namelijk dat de spieren een hogere rustspanning hebben, die op zijn beurt de doorbloeding van de spier vermindert.