De Roedel
Om een goede verstandhouding met uw hond op te bouwen dient u hem in zijn waarde te laten als hond; hij heeft geen menselijk verstand en kan geen zaken beredeneren. Sinds de wetenschap zich is gaan toeleggen op onderzoek van diergedrag is duidelijk geworden dat de hond anders reageert dan bijvoorbeeld een kind. Een hond handelt, net zoals zijn voorouders, de wolven, volgens zijn instinct en hij doet zoals hij doen moet, hij kan niet anders. De hond is niet in staat de mens als mens te behandelen; de mens moet de hond dus als hond behandelen. Om de verhouding tussen baas en hond te begrijpen zoals die door de hond wordt beleefd, moeten we gaan kijken naar zijn oorspronkelijke leefwijze. Bij de voorouders van de hond heeft elk dier zijn eigen plaats in de rangorde van de roedel. Een hogere plaats krijg je door die te bevechten of door het wegvallen van een ranghogere. Degene die daar het meest geschikt voor is, is de leider van de groep. Deze handhaaft de orde, inspraak is er niet. De andere wolven aanvaarden deze leiding en voelen zich daar veilig bij, daarom heerst er rust en orde in de roedel. In de roedel van de hond, bestaande uit mensen en huisdieren, behoort ook de rust te heersen. De hond die u in huis hebt, gedraagt zich echter naar dezelfde wetten als zijn voorouders. Hij zal in de roedel, waarin hij als huishond terecht is gekomen, zich ook een plaats willen bevechten. Gelijke hoogte is bij honden niet mogelijk, hij bevindt zich ten opzichte van de mens in de UP-positie of de DOWN-positie. Als wij echter als mens niet willen dat de hond bepaalt wat wij wel en niet mogen doen, moeten wij er voor zorgen dat de hond onderaan in de rangorde staat. In deze positie zal de hond zich niet alleen veilig maar ook prettig voelen. Door meer bewegingsvrijheid in de roedel, hij mag zich vrij in de huiskamer, bij mooi weer ook in de tuin bewegen, heeft de huishond zich een hogere positie verworven dan de hond van vroeger die er alleen maar voor de bewaking was of de jacht.
Mens als baas.
Krijgt de hond onvoldoende leiding, dan wordt hij onzeker en dat kan tot allerlei problemen leiden.
Vooral de meer dominante honden zullen hun kans waarnemen en proberen de leiding over te nemen in de roedel. Geleidelijk aan wordt hij steeds meer de baas door een langdurige opeenvolging van schijnbaar onbelangrijke gebeurtenissen. Op een gegeven moment verzoekt hij u niet meer om met hem te spelen; nee er moet met mij gespeeld worden.
Als pup nam hij al veel initiatieven; hij kwam regelmatig met zijn speeltje aandraven en u ging meestal even met hem spelen. Lukt het hem nu een keer niet u direct aan het spelen te krijgen, dan blijft hij net zo lang blaffen of zeuren totdat het hem wel lukt. Hij gaf ook al lang aan wanneer hij wenste te worden geaaid. Als klein bolletje wol kwam hij ’’s avonds gezellig tegen u aan liggen, gaf u een pootje en al televisie kijkend bleef u hem aaien tot hij in slaap viel. Had hij een keer geen zin om te worden geaaid dan liep hij gewoon weg. Hij wil nu (ouder geworden) nog steeds wel even worden aangehaald, maar niet altijd op het moment dat het u uitkomt; nee, als hij het zelf wil en liever ook niet zo lang. Duurt het te lang, dan gromt hij, blijft u doorgaan dan corrigeert hij u door te happen. Hij heeft ook favoriete plaatsen. Wordt er op de verkeerde plek geaaid, dan maakt hij dit direct kenbaar door te grommen of te happen. Bij het wandelen bepaalt hij de richting en het tempo en sleurt de ranglagere ”baas”, die braaf volgt, met zich mee. Worden de bevelen van de intussen ranghogere, noodgedwongen baas geworden, hond niet uitgevoerd, dan heerst er geen orde in de roedel en moet hij in grijpen. Hij waarschuwt eerst nog door te grommen, vervolgens dreigt hij door de lip er bij op te trekken. Heeft ook dit geen effect, dan blijft er nog maar een ding over, hij moet harder corrigeren om de mens op de juiste plaats in de rangorde te krijgen. Hij kan dit maar op één manier, de hondse, en dat is bijten en dan is Leiden in last. Vaak moet hij dit bekopen met zijn leven, maar de fout lag niet bij de hond (die deed immers wat hij doen moest), maar bij de mens die hem geen leiding gaf. Wanneer we gaan zoeken naar een ideale verhouding tussen hond en baas, dan dient de hond altijd in de down – positie te zijn en de baas altijd in de UP – positie.
Gedrag van de baas.
Zelfverzekerd gedrag
Uw stem en houding dienen zelfverzekerd gedrag uit te stralen. Laat duidelijk merken uit de toon waarop u iets zegt dat u meent wat u zegt: “foei” op bestraffende toon uitgesproken betekent direct ophouden met hetgeen waarmee je bezig bent en “braaf” is ook echt braaf. Het is meestal niet nodig om tegen de hond te brullen of te schreeuwen. Bij het bestraffen van de hond dient de stem laag te klinken en niet door spanning omhoog te schieten, want dan bereikt u het tegenovergestelde. Herhaal de commando’s ook niet eindeloos; als u het vandaag drie keer moet zeggen, moet het morgen waarschijnlijk vier keer en in de toekomst laat de hond u maar wat aan praten. Indien u aarzelend bent in uw optreden dan zal de hond dit feilloos registreren.
Hij zal meer durven en in een conflictsituatie winnen.
Neem, zo nodig een dominante houding aan; loop recht op. De ranghogere honden maken zich ook altijd groot als ze een hond, die lager in rang is, iets duidelijk willen maken. De staart staat recht omhoog en ook de oren staan, indien mogelijk, omhoog of naar voren. Ze maken zich ook zo groot mogelijk door recht op de poten te staan en de hals is gestrekt. Als u zittend de hond een commando geeft en de hond heeft maling aan u, ga dan staan.
Gedraagt u zich vooral rustig tegenover uw hond, veel hand en armbewegingen zullen al gauw als een signaal tot spel worden gezien. Zij stimuleren zijn bijtdrift. Ook de omgeving (druk en veel lawaai of heel rustig) is vaak bepalend voor het gedrag van de hond.
Consequent gedrag
Spreek met de huisgenoten af wat de hond wel en niet mag: het moet niet zo zijn dat de hond van vader en de kinderen wel op de bank mag omdat het zo gezellig is, en dat moeder het absoluut niet wil hebben. Dat brengt de hond in verwarring, er dienen regels en grenzen voor de hond te gelden. Consequent gedrag betekent ook; ja is ja en nee is nee en geen ja, maar.
Dus ook niet de ene keer de hond bestraffen als hij iets steelt en de andere keer lachen; dat begrijpt hij niet.
Duidelijk gedrag
Gebruik voor een bepaald commando hetzelfde woord en gebruik het niet voor meerdere begrippen. Als u “af” zegt als u de hond wilt laten liggen, zeg het dan niet als de hond tegen u opspringt of van de bank af moet gaan. Gebruikt u het woord “af” al voor andere doeleinden, zeg dan b.v. “down” om de hond te laten liggen. Als de hond spelenderwijs in handen of kleding bijt, verbiedt het hem dan; maak met een scherp “nee” of “foei” duidelijk dat u dit absoluut niet wilt. Belangrijk is dat deze woorden zowel op het goede moment als op de juiste toon worden gebruikt.
De wil van de baas is wet.
De hond moet een gegeven commando opvolgen, geeft u de hond het commando “zit”, dan moet hij gaan zitten en niet gaan liggen. Oost-Indisch doof zijn …….. jammer voor hem, maar dat lukt niet.
Initiatief
In beginsel neemt de baas het initiatief tot activiteiten. Dit is van groot belang bij bepaling van de rangorde in de roedel. Let eens op hoeveel initiatieven sommige honden nemen!
Zonder dat u het merkt, stijgen ze enorm in rang.
Als uw hond alsmaar naar u toe komt en door poot of kop opleggen van u eist om geaaid en geknuffeld te worden, dan geeft u daaraan geen gehoor. De hond geeft u een commando en als u dit opvolgt, wie is dan de baas? Laat de hond iets voor zijn aai doen, laat hem eerst gaan zitten en geef hem dan als beloning een aai. Het werkt naar twee kanten, u bevestigt uw rang en de aai behoudt zijn waarde. Waarom zou hij iets voor u doen als hij toch al de gehele dag door geaaid en geknuffeld wordt? U kunt hem ook rustig wegsturen: “nee, niet zeuren”. Blijft hij doorgaan met zijn aandacht trekkende gedrag, bestraf hem dan met een scherp “foei”.
Komt de hond de gehele dag door met een speeltje in zijn bek naar u toe om samen te gaan spelen en u geeft hem alsmaar zijn zin om van het gezeur af te zijn, dan leert u de hond om u commando’s te geven. Bedank hem liever voor het brengen van zijn speeltje, maar ga niet op zijn uitnodiging in: “nee nu niet” en stop het speeltje weg. Als de hond wegloopt en in zijn lot berust, dan mag u best na een paar minuten al de hond roepen om met hem te spelen als u daar ook zin in heeft. U hebt dan toch zelf het initiatief tot spel genomen.
Bedelt de hond en u geeft hem wat, dan krijgt de hond zijn zin. Komt hij met zijn riem of etensbak en u gaat met hem wandelen of geeft hem eten; alweer succes. U bepaalt wanneer er wordt gewandeld (zorg wel dat de hond voldoende beweging buiten de deur of tuin) en wanneer er wordt gegeten. De baas ontneemt bij rangorde problemen de hond alle initiatieven.
Is de verstandhouding tussen u en de hond voor honderd procent goed, dan kunt u soepeler optreden en is het helemaal niet zo erg als u samen gaat spelen als hij degene is die u uitnodigt tot spel. Of als u hem zomaar eens spontaan over zijn bol aait en hem lekker knuffelt, omdat u hem wilt laten merken dat u van hem houdt.
Belonen en straffen
Probeer uw hond op een positieve manier op te voeden. Nogmaals het is voor een hond heel belangrijk om geprezen en beloond te worden voor het goede gedrag. Hij zal niet allen dit gedrag graag herhalen, het geeft hem ook zelfvertrouwen. Belonen dient het belangrijkste deel van de opvoeding uit te maken, straf dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Wat moet wordt door de baas prettig gemaakt, door er iets fijns aan te verbinden: vriendelijke stem, aai, even fijn spelen of iets lekkers. Wat niet mag, daar legt de baas een taboe op, door er iets onprettigs aan te verbinden: strenge, boze stem, een scherp “foei”. Zonodig wordt hij hierbij over de bek gebeten door zin snuit met uw hand te omvatten en daar zachtjes in te knijpen, of hij wordt bij zijn bakken(wangen) gepakt en strak aangekeken. De hond laten schrikken door middel van een straaltje uit een waterpistool of door iets naar hem te toe gooien, kan evenals het even uit de roedel zetten, grote indruk op de hond maken. In uitzonderlijke gevallen, als hij het al te bont heeft gemaakt, een greep in de nek om hem op de grond te drukken in een ondergeschikte positie(in een groep {cursus} werkt dit vaak niet). Is de straf niet effectief, dan moet deze duidelijker zijn. Beloon en straf op het juiste moment, dus direct na het uitgevoerde gedrag. Doet u het later dan legt de hond geen verband meer tussen de beloning en zijn goede gedrag of de terechtwijzing en zijn “misdaad”.
Bevestiging rangorde
Opvoedingsoefening
Een prima manier om uw rang te bevestigen zijn de opvoedings- of basisoefeningen.
Bij welk commando dat de hond opvolgt, onderwerpt hij zich aan zij ranghogere baas. Geef hem niet zo maar gedachteloos een commando zonder op te letten of hij het uitvoert.
Voert hij het niet uit en u merkt het niet omdat u allang weer met iets anders bezig bent, dan verliest u een stuk gezag in de ogen van de hond. Er zijn een paar oefeningen, die iedere hond moet kunnen beheersen om een niet-storende hond in de mensen maatschappij te zijn.
Zitten, liggen, blijven, komen als hij wordt geroepen, en zonder trekken aan de lijn lopen.
Het bij u komen als u hem roept. Iedere keer dat de hond het verzoek opvolgt, is een bevestiging van uw rang. De ranglagere gaat in dit geval naar de ranghogere toe.
Zorg er dus voor dat hij altijd komt als u roept. Het bij u komen dient ook altijd prettig te zijn voor de hond; u mag best een extra hulpmiddel gebruiken in de vorm van een brokje of een speeltje waar hij dol op is. Beloon hem altijd, straf hem nooit als het wat lang duurt.
De hond heeft uiteindelijk het bevel opgevolgd. Straft u hem toch, dan weet hij niet beter dan dat hij wordt bestraft voor het komen. U begrijpt dat het de volgende keer nog langer duurt voordat hij komt (u hebt hem immers geleerd; komen is niet leuk).
Het meelopen zonder trekken is een andere oefening. Trekken aan de lijn is dominant gedrag: u volgt immers uw hond en bent dan ranglagere. Een pup dient u al te leren om zonder trekken mee te gaan wandelen: u bepaalt het tempo en de richting. Wil de hond naar rechts en sleept hij u mee, ga dan eens naar links; wil hij de hoek ga dan rechtdoor. Leer de hond op u te letten i.p.v. andersom. Ga zelf altijd als eerste de deur uit.
Het leren zitten “zit”, liggen “af “ en blijven “blijf” zijn niet alleen rangorde bevestigend, het brengt ook rust in de hond. Bovendien leert u de hond goede gewoonten aan en u hebt controle over de hond.
Ook hier geldt: vergeet nooit de hond onmiddellijk te belonen voor het goede gedrag.
Spelen
Als u een goede relatie met uw hond wilt opbouwen, speel dan veel met hem. In het spel met de hond kunt u al spelenderwijs laten merken wie er de baas is. U bepaalt het begin, het einde, maar ook de manier waarop er wordt gespeeld.
Ga niet steeds wilder spelen, vooral dominante honden hebben de neiging een rangorde strijd met u aan te gaan tijdens het spel. Ga niet op de grond liggend met hem spelen, u begeeft zich in een, voor de hond in een ondergeschikte houding. Laat de hond niet boven op u staan of liggen, blijf altijd met uw hoofd boven zijn hoofd. Pak hem tijdens het spel eens speels over de snuit, de hond ervaart dit als een vriendelijk maar dominant gebaar, of duw hem eens van u weg. Laat de hond bij trekspelletjes niet winnen, d.w.z. u hebt de lap vast en houdt hem vast. Als de hond niet op commando los laat, doe dan geen trekspelletjes, want u verliest gezag in de ogen van de hond. Ook tijdens spel mag de hond niet in de handen, benen, kleding en schoenen bijten. Is de verhouding tussen u en uw hond goed, d.w.z. u bent de baas, dan mag u hem best wel eens laten winnen tijdens het spel, dat houdt de spanning erin. Voor een onzekere of angstige hond is het zelfs aan te raden hem af en toe eens te laten winnen gedurende het spel, niet alleen omdat het daardoor spannender wordt, maar ook om hem wat meer zelfvertrouwen te geven. Het laatste spelletje wint u echter altijd zelf: “zo genoeg” en u bergt het speeltje weer op.
Apporteer - en zoek spelletjes zijn alleen leuk, maar ook goed als dominantie onderdrukkers.
De lagere in rang zoekt of haalt het voorwerp op en geeft het af aan de ranghogere.
Borstelen
Als u uw hond borstelt en de hond gromt (vaak met zijn staart omhoog) of hij loopt weg en u stopt met borstelen, dan heeft de hond gewonnen: het borstelen is voor sommige honden een aanslag op hun dominantie. Bovendien wordt de persoonlijke zone, die ieder levend wezen om zich heen heeft (tot zover en niet verder) doorbroken. Heeft uw hond moeite met het borstelen, begin dan bij een plaats waar hij nog geen verzet toont (dit is meestal de schouderstreek en de rug), en probeer met een voortdurend “braaf” de grenzen te bepalen waar u wel en geen verzet ontmoet. Probeer eerst deze grenzen te verleggen om ze vervolgens geheel uit te wissen. Ook de binnenkant van de poten en de onderkant van de voetzolen moeten betast en schoongemaakt kunnen worden. Laat hem tijdens het borstelen eens op zijn zij of rug rollen, hij verkeert dan in een ondergeschikte positie en u kunt zijn buik borstelen. Borstel uw hond iedere dag, niet zozeer voor de vacht, maar omdat het rang bevestigend is. Uw hond moet u altijd toestaan dat u hem verzorgt. U kunt hem gelijktijdig allerlei opdrachten geven: “staan”,” af”, “op je rug” en natuurlijk “braaf” als hij die opvolgt. Probeer pijnervaringen in het begin te voorkomen, borstel hem met een zacht baby borsteltje. Ga geen harde strijd met hem aan, die zou u kunnen verliezen. Bepaal echter wel zelf wanneer de hond klaar is en dat is altijd op een moment dat de zich niet verzet.
Heeft de hond genoeg vertrouwen in u opgebouwd, dan komt dat uw relatie met hem ten goede.
Heeft u een hond, die vanwege de vacht niet mag worden geborsteld, betast hem dan, dat wil zeggen doe al deze handelingen met uw handen.
De dagelijkse praktijk
Eigen plaats
De hond dient een vaste plaats in huis te hebben, dicht bij zijn roedel (het gezin), maar uit de loop. Het moet een plek zijn waar hij zich veilig voelt en waarin hij zich altijd kan terug trekken als hij daar behoefte aan heeft. Soms stuurt u hem er zelf naar toe, bijvoorbeeld tijdens uw maaltijd. Hij leert zo om niet te bedelen, en het is bovendien rangbevestigend.
U wilt dat hij daar blijft en de hond voert uw opdracht uit. Let erop dat hij deze plaats niet als zijn territorium beschouwt en gaat verdedigen. Hij mag nooit voor straf naar deze plaats worden gestuurd of op deze plaats worden gestraft.
Als de hond ergens in de weg ligt, ga dan niet in een boog om hem heen, maar stap over hem heen of geef hem bevel opzij te gaan.
Reukvlaggen
Reukvlaggen dienen niet te worden uitgezet. U geeft aan wanneer er word geplast. Het pootje optillen tegen elk boompje, paaltje of struikje als u met de hond loopt, wordt niet toegestaan. Gewoon doorlopen, en op een door u te bepalen plaats geeft u de hond toestemming zijn behoefte te doen.
Eten, speeltjes
Etensbak, speeltjes en kluif dienen altijd afgepakt te kunnen worden. Als u dit op een prettige manier aanleert is de hond niet meer geneigd zijn bak te verdedigen uit voernijd.
Doe het eten niet in een keer in zijn voerbak, maar doe er eerst een klein beetje in. Als het op is, later als het bijna op is, pak dan zijn bak en vul hem opnieuw. De hond leert op deze wijze dat het wegnemen van de voerbak niet erg is. Integendeel, er komt juist meer bij, soms zelfs iets dat extra lekker is. Zo ook met de kluif. Heeft uw hond er moeite mee, geef hem dan bij het aanleren eens na het commando “los” een kluif, die lekkerder is en ruil het speeltje voor een brokje. Ook hierbij gelijktijdig het commando “los”.
Leer de hond netjes te gaan zitten en wachten als u zijn eten klaar maakt. Dit bevordert de rust in uw hond en bovendien kunt u zonder omver te worden gelopen de voerbak neer zetten. Pas op uw commando mag de hond gaan eten.
Optillen
Het optillen van de hond is een dominant gebaar. Is de hond te groot, dan strengelt u de vingers onder de borst van de hond ineen en tilt alleen de voorpoten van de grond. Zo sterk ben ik en in de ogen van de hond bent u beslist een superhond. Wen uw hond eraan dat u uw hand op zijn hoofd legt, dat uw hand van bovenaf zijn snuit omvat of dat u op zijn schouders kunt drukken zonder dat dit verzet oproept.
Rijden
In de meeste gevallen is ook het rijden van de hond een dominant gebaar. Sta nooit toe dat de hond op de mens rijdt. Ook het pootje optillen tegen de baas mag uiteraard niet.
Gunsten
Verbied, bij rangordeproblemen, de hond reeds toegestane gunsten. Laat hem niet meer in de slaapkamer, laat hem nooit meer op de banken, bedden of op schoot komen. Het toestaan van deze zaken brengt hem immers op gelijke hoogte met de mens en dat bevordert de dominantie en daardoor het bijten.
Bezoek
Sluit de hond nooit weg als er bezoek komt. Hij zou agressief tegen die, in zijn ogen nare, bezoekers kunnen worden. Leer hem zich te gedragen. De hond bepaalt niet wie wel en niet op bezoek mag komen. Blaffen, als er wordt gebeld mag. Door blaffen na het commando “genoeg” mag niet. Aan een stuk door aandachttrekkend gedrag vertonen (piepen, zeuren, janken en blaffen) mag ook niet. Bij het opvoeden van uw kinderen leert u ze ook u niet alsmaar te storen als u in gesprek bent met anderen. Beloon dit foutieve gedrag van de hond vooral niet door de hond gerust te stellen met het kalmerend woord “rustig” en hem daarbij ook nog over de kop te aaien, maar zeg op bestraffende toon “foei”. Beloon (“braaf”) als de hond goed reageert en stopt met het ongewenste gedrag. Stuur de hond daarna rustig naar zijn plaats, niet voor straf, maar om rust in hem te brengen. Hij mag best iets hebben om op te kauwen, moet daar echter wel blijven. Pas op uw seintje mag hij daar vandaan.
Achter u aanlopen
Laat de hond niet de hele dag achter u aanlopen. Vooral een wat onzekere hond wil graag bij u in de buurt blijven. Als het dan een keer niet kan en u gaat weg zonder de hond, is hij gefrustreerd (mee willen, maar niet mee kunnen). Hij kan dit uiten door bijv. te gaan vernielen (druk met iets bezig zijn om dat nare, onveilige gevoel van helemaal alleen zijn maar niet meer te voelen). Hij zou ook kunnen gaan blaffen en /of janken(ik ben hier, waar ben jij?) of emotioneel zo opgewonden kunnen worden dat hij van pure ellende weer onzindelijk wordt. Leer hem als u thuis bent al om wat zelfstandiger te worden en bouw het alleen zijn op.
Kinderen
Laat honden en kleine kinderen niet alleen. Vooral “kruipkinderen” komen vaak bedreigend over. Een hond recht in de ogen kijken en op hem toelopen ziet hij als een teken van agressie. Als de hond hapt, omdat hij in het nauw gedreven is en het kind schrikt, huilt en trekt zich terug, dan heeft de hond gewonnen.
Vaak zult u uw hond in bescherming moeten nemen tegenover kleine kinderen. Leer ze dat ze de hond niet storen op zijn plaats, niet kraaiend achter de hond aan blijven lopen, geen speelgoed naar hem toe gooien, de hond niet aan de oren trekken of in de ogen prikken, dat ze een slapende hond niet wakker maken, etc.
De meeste honden zijn erg tolerant t.o.v. kleine kinderen, maar er kan een communicatiestoornis optreden, omdat ze elkaars gedrag niet begrijpen en dat kan hele nare gevolgen hebben. Leer uw kinderen respect te hebben voor de hond. Leer ze dat het een dier is en geen speelgoed. Leer ze ook dat ze geen vreemde honden mogen aaien. Laat jonge kinderen nooit de hond uitlaten. Aan de lijn gedraagt de hond zich anders dan als hij vrij loopt, bovendien ziet hij het kind vaak als een ranglagere en zal deze tegen wie of wat ook willen verdedigen. Komt het tot een vechtpartij dan zit uw kind ertussen.
Het resultaat
Niet opgevoed
Een onopgevoede hond is een gevangene van zijn omgeving.
Hij mag niet los, want hij komt niet.
Hij trekt zo, dus de uitlaatbeurt wordt steeds korter.
Mee in de auto gaat niet, hij is alsmaar in beweging, piept en blaft, dus dat is ook al geen lolletje.
Gezellig mee op bezoek is niet mogelijk en als er bezoek komt, wordt hij ergens opgesloten, want hij gedraagt zich niet.
Omdat hij zijn energie niet kwijt kan en zich verveelt, verzint hij allerlei zaken om toch nog maar een beetje plezier in zijn leven te hebben op een voor u meestal niet prettige wijze.
Wel opgevoed
Dit is dus een hond, die zich in een ranglagere positie bevindt ten opzichte van de mensen en daar voelt hij zich zowel veilig als prettig.
Hij mag altijd los om met u of andere honden te spelen.
Is dit moeilijk omdat hij sommige honden niet aardig vindt, geen probleem, want hij komt als hij geroepen wordt.
Hij mag ook mee op bezoek, naar een restaurant, op vakantie, hij mag en kan overal bij u zijn.
Baas en hond beleven veel plezier aan elkaar; ze werken, spelen, wandelen, doen van alles en nog wat samen.
Het zijn de allerbeste “vrienden” en ze genieten van elkaar.
Besef dat u een goed opgevoede hond veel vrijheid geeft