Er komen bij de hond enkele zeer ernstige infectieziekten voor, die u door middel van vaccinatie (preventieve injecties) kunt voorkomen.
Leeftijd van de hond Behandeling
- 6 weken - Puppie-enting tegen: Parvo en Hondenziekte.
- 9 weken - Soms herhalingsprik tegen Parvo.
- 12 weken - Cocktail-enting tegen:
Hondenziekte, Leverziekte, Parvo,
Leptospirosis (o.a. ziekte van Weil),
Kennelhoest, z.n. Rabiës (hondsdolheid).
- 15 – 16 weken - Soms herhalingsprik tegen:
Leptospirosis en/of Parvo.
Elk jaar een herhalings-inenting tegen Parvo, Kennelhoest en Leptospirosis; deze laatste bij voorkeur in het voorjaar.
Bij bezoek aan het buitenland jaarlijks, minimaal 30 dagen voor het vertrek, een enting tegen Hondsdolheid. Ook grensgebieden, waar veel vossen en vleermuizen zijn, is het verplicht of raadzaam uw hond te laten inenten.
Elke één tot twee jaar een herhalings-intenting tegen Hondenziekte en Leverziekte.
Ziekte van Aujeszky.Deze ziekte is voor honden vaak dodelijk. Het is een virusziekte, die meestal bij varkens voorkomt. Vaccinatie is zinvol voor honden op varkensbedrijven. Belangrijk: geef uw hond nooit varkensvlees.
Gevaren in warme streken.
Babesiosis.Als u naar het Middellandse Zeegebied gaat, kan uw hond besmet worden door een parasiet op een daar levende teek. Deze teek komt tegenwoordig al direct onder Parijs voor. Uw hond wordt ernstig ziek en kan er aan dood gaan. Laat uw hond preventief inenten vlak voor uw vertrek: het beschermt de hond ongeveer zes weken. Dit, en een goede tekenband, verzekert u van een, op dit gebied, probleemloze vakantie.
Leishmaniasis.
Deze ziekte komt steeds vaker voor en wordt veroorzaakt door een parasiet van het (bloedzuigende) zandvliegje. Pas als de parasiet zich voldoende in het lichaam van de hond heeft ontwikkeld, wordt de hond ziek. Dit kan een paar maanden tot een jaar of langer duren. Ongeveer in de volgorde waarin zij zich voordoen, zijn de symptomen de volgende:
-voorbijgaande verlammingsverschijnselen in de achterhand
-irritatie op de rug net boven de staart en de heupen
-van tijd tot tijd om onverklaarbare redenen overgeven
-de huid droogt uit en de vacht wordt dof
-de nagels gaan sneller groeien
-de algemene toestand van de hond gaat achteruit
-gewichtsverlies en minder energiek, snel moe
-er kunnen spontaan wonden ontstaan, die niet of nauwelijks genezen
-de milt is intussen sterk vergroot
-tenslotte krijgt de hond koorts, diarree en schuim op de urine.
Vele honden gaan er aan dood, hoewel er een behandeling tegen deze ziekte is.
Deze ziekte is preventief te behandelen door het gebruik van een Scaliborband en Scaliborshampoo tegen het zandvliegje. Het inspuiten met Frontlinedruppels (tussen de schouderbladen) is echter geen bewezen preventiemiddel.
Mensen kunnen deze parasiet ook oplopen, volwassenen kunnen er flink ziek van worden, maar kunnen genezen. Jonge kinderen worden er doodziek van, kunnen er echter van herstellen.
RAADPLEEG ALTIJD UW DIERENARTS VOOR U MET UW HOND NAAR HET BUITENLAND REIST.
Parasieten
De meest voorkomende uitwendige parasieten zijnvlooienenteken.
Vlooienmoeten beslist bestreden worden omdat:
-de beet jeuk veroorzaakt waardoor de hond zichzelf open krabt of bijt. Is de hond gevoelig voor vlooien dan kan één vlooienbeet al voldoende zijn om enorme jeuk over het hele lichaam te veroorzaken, de zogenaamde vlooien-allergie.
-Via de vlo kan de hond ook lintwormen oplopen (zie ook lintworm).
Vlooien kunt u bestrijden d.m.v. poeders, druppels, tabletten, spray en lotions. Bestrijd tevens de directe omgeving van de hond, zuig regelmatig en zorgvuldig uw huis (kieren en gaten, de mand van de hond, i.v.m. vlooien-eieren). Een bestrijdingsmiddel in uw stofzuigerzak zorgt er voor dat de eitjes/larven ook doodgaan.
Tekenkunnen de hond vooral in het voorjaar en de zomer plagen. De hond kan een teek oplopen in struikgewas en in hakhout. Als de hond hier onderdoor loopt laten de teken los, hechten zich geruime tijd later vast aan de hond en zuigen zich vol met bloed. Om een teek te verwijderen wordt een tekenpincet gebruikt, waarmee men draaiend de teek kan verwijderen. Voorafgeenwatjes met alcohol, spiritus, olie en dergelijke gebruiken, want daarmee wordt de teek gestimuleerd zijn maaginhoud in de hond te injecteren. Dit zou een besmetting in de hand kunnen werken van de Ziekte van Lyme.
De hond kan ook last hebben van luizen (niet vaak), schimmels en mijten. Vooral oormijt komt regelmatig voor en is gemakkelijk over te brengen op andere honden.
De meest voorkomende inwendige parasieten zijn despoelwormen delintworm.
Ingewandswormen kunnen verschillende ziekten en aandoeningen met zich meebrengen. Met een wormkuur zijn ze echter vrij eenvoudig te bestrijden.
De meest voorkomende is despoelworm; pups kunnen vanaf het moment dat ze geboren zijn er al last van hebben. De pups krijgen ze mee van de moeder. Een goede fokker zal zijn pups al in het nest een paar maal ontwormen. Het is verstandig om in overleg met de dierenarts deze kuur te herhalen; vraag naar zijn ontwormingsschema. Is de hond in minder goede conditie, dan worden de in de hond levende larven ineens weer actief. Dit komt voor bij ziekte, loopsheid en zwangerschap.Het is goed te weten, dat er tussen het geven van een wormkuur en een inenting tegen een infectie ziekte, minstens een week verlopen moet zijn, om de inenting optimaal werkzaam te doen zijn.
Delintwormwordt overgebracht door vlooien. Een lintworm bestaat uit een kop die in het darmslijmvlies vastgezogen zit, met daaraan vast een keten van geledingen die elk een groot aantal eieren bevatten. De geledingen laten los (de kop blijft echter in de hond zitten en vormt weer nieuwe leden) en komen met de ontlasting mee naar buiten. Als ze in de buitenlucht komen, verdrogen ze en zien er dan uit als rijstkorrels. U kunt ze zien in de ontlasting en de haren van de broek van de hond. Lintwormen treden vaak op twee maanden na een vlooienplaag.
Bepaal het gewicht van uw hond en vraag uw dierenarts een wormenkuurtje voor u klaar te leggen.
Vachtverzorging
Waarom borstelen:
-verzorgen van de vacht; dode haren, huidschilfertjes worden verwijderd.
-Masseren van de huid; bloedsomloop wordt gestimuleerd.
-Controle teken en klitten.
-Goed voor de relatie baas/hond.
Ga eerst met de vingers door de vacht en verwijder teken en andere ongerechtigheden. Klitten met de vingers uit elkaar halen; lukt het niet dan de klit in lengterichting doorknippen (schaar met ronde punten gebruiken). Let op: de overgang van jeugdvacht naar volwassen vacht geeft vaak klitten. Klitvorming kan irriterend op huid werken en zelfs huidbeschadigingen veroorzaken.
Hoe (welk materiaal) en hoe vaak de hond moet worden geborsteld is per ras verschillend. Laat u door uw fokker/fokster, trimmer/trimster adviseren. In het algemeen wordt de hond geborsteld van de kop naar de staart. Bij langharige honden wordt vaak i.v.m. klitvorming van beneden naar boven gewerkt (wel in de goede haarrichting, niet tegen de haren in, dat is zeer pijnlijk voor de hond).
Wen de pup al jong aan deze verzorging. Omdat de vacht nog kort is, is het mogelijk alle pijnervaring uit te sluiten in het begin.
Vachtverzorging biedt u tevens een unieke gelegenheid een goede relatie met uw hond op te bouwen. Hij moet het toestaan zich door u te laten verzorgen. Bovendien kunt u hem intussen een paar opdrachtjes geven. We laten de hond eerst staan “staan en blijf”, daarna mag hij op zijn zij liggen “flat of plat en weer blijf”. U kunt hem op de rug laten rollen om zijn buik te borstelen en iedere keer kunt u hem laten merken hoe “braaf” hij is. Wassen hoeft niet; is het wel een keer nodig, gebruik dan een hondenshampoo (ook een baby-shampoo ontvet nog teveel). Zeepresten kunnen irritaties veroorzaken, spoel uw hond dus goed uit en droog hem goed af. De vetlaag (voor een deel verwijderd door het wassen) geeft de hond bescherming. Zorg er voor dat de hond goed droog is, voordat u hem weer uitlaat, zeker bij guur en koud weer.
Gebit, ogen en oren
Gebit
Op een leeftijd van ongeveer vier maanden begint de pup te wisselen. Dit gaat door totdat de pup acht of negen maanden oud is. Soms blijft er een melktand zitten naast de al doorgekomen blijvende elementen (vaak een hoektand). Is de melktand op een leeftijd van negen maanden nog aanwezig, raadpleeg dan uw dierenarts. Heeft de hond wisselproblemen (meestal niet), is het tandvlees vuurrood en heeft uw hond weinig eetlust, geef dan liever wat zachter voer. Geef hem wel wat harde honden-biscuits en een buffelhuid om aan te knagen.
Zorg er in deze tijdaltijdvoor dat de hond iets heeft om op te knagen. Geef echter nooit botten van varkens, wild of pluimvee, omdat deze door hun hoge kalkgehalte zeer broos zijn en gemakkelijk kunnen splinteren, wat ernstige verwondingen aan keel, slokdarm of darmen tot gevolg kan hebben.
De zogenaamde puppie-staafjes kunnen ook heel worden ingeslikt met alle gevolgen van dien.
Geef buffelhuid, of een goed uitgekookt runderbot. Dit kauwen dient ook ter voorkoming van tandsteen.
Wen de hond er al jong aan om het gebit te laten verzorgen. Door een goede gebitsverzorging houdt u niet alleen het gebit, maar ook het tandvlees in goede conditie. U kunt het gebit schoon houden met een gaasje om de vinger gewikkeld, waarop waterstofperoxide 3 procent. U kunt dit ook met een zachte tandenborstel doen.
In de dierenzaak zijn speciale gaasjes en tandpasta verkrijgbaar. Heeft de hond toch tandsteen, laat dit dan verwijderen door uw dierenarts of trim(st)er.
Oren
Gewoonlijk vraagt het oor van de gezonde hond weinig onderhoud. Geeft de hond niet aan dat hij last heeft, doe er dan niets aan. Het is echter goed om 1x per week de oren van de hond te inspecteren. Bedenk wel dat oorsmeer het oor beschermt. Is de oorschelp echt vuil, dan kunt u deze schoon maken met een watje of een gaasje om de vinger gewikkeld en gedrenkt in wat olijf- of baby-olie. Ga nooit en te nimmer met een wattenstokje in het oor van uw hond. U duwt het meeste vuil alleen maar dieper het oor in, met alle gevolgen van dien!! U kunt ook oorcleaner (op advies van de dierenarts) gebruiken, verkrijgbaar bij uw dierenarts of bij een goede dierenwinkel.
Bij sommige rassen zit er veel haar in de gehoorgang. Dit moet verwijderd worden, want het belemmerd namelijk de goede doorluchting en in het opgehoopte vuil kan zich een broedplaats voor allerlei ziekte-verwekkende bacteriën vormen. Knip het haar niet weg, dat verergert de zaak. Het haar moet voorzichtig worden uitgetrokken met de vingers of pincet. Laat het u voordoen door een ervaren trimster.
Kenmerken, dat er iets mis is met het oor (mijt, ontsteking, vreemd voorwerp)(bijv. gras-aar)) zijn:
-schudden met de kop
-kop scheef houden
-krabben aan het oor
-schuren met de kop over de grond
-het oor stinkt
GA NAAR DE DIERENARTS!!
Oormijt kan door schudden met de kop worden over gebracht op andere honden. Mijten veroorzaken jeuk en irritatie in de gehoorgang. Deze aandoening (te herkennen aan een korrelige bruin-zwarte substantie, die erg vies ruikt) is behoorlijk hardnekkig, omdat de mijten zich diep in de gehoorgang ophouden. Die plaats is meestal moeilijk met medicijnen te bereiken en men zal de behandeling langdurig moeten voortzetten. Zelfs als er van buiten aan de oren niets meer te zien is. Ga hiermee altijd naar de dierenarts.
Ogen
Ogen, die licht geïrriteerd zijn, kunt u zelf schoonmaken met een watje of een gaasje gedrenkt in afgekoeld, gekookt water (geen boorwater, niet elke hond kan er tegen). Het oog altijd schoonmaken van binnen (neus-kant) naar buiten in verband met het derde ooglid van de hond.
Bij etterige afscheiding, bindvlies ontsteking (rood van kleur) en andere oogkwalen, de dierenarts raadplegen.
Bij sommige rassen hangt er veel haar voor de ogen. Dit leidt vaak tot problemen zoals bijten omdat de hond schrikt van een onverwachte aanraking en geïrriteerdheid omdat de hond altijd door een gordijn van haren moet kijken. Doe uw hond een plezier, bind het haar bij elkaar, zodat hij/zij goed kan zien.
Anaalklieren
Gaat uw hond sleetje rijden (met z’n achterwerk over de grond schuren) of bijten bij de staartaanzet in een poging de anaalklier te bereiken (kenmerkend zijn de, meestal tweezijdige, bijtplekken achterop de rug aan weerszijden van de staart), dan kan dit het gevolg zijn van verstopte anaalklieren. Laat uw dierenarts of trimmer/trimster voordoen hoe u ze kunt uitdrukken, zodat u het later zelf kunt doen. Doe het niet vaak, alleen als het nodig is. Is de anaalklier ontstoken (duidelijk te ruiken), ga dan naar de dierenarts.
Voetzolen
Om er zeker van te zijn dat er geen kleine, scherpe steentjes tussen de voetzolen blijven zitten, moeten we ze regelmatig controleren. Soms zijn de voetzolen gebarsten. U kunt ze dan met een wonderpoeder bestuiven. Niet weken of vochtig maken.
Teer op de voetzolen of op de vacht kunt u verwijderen door de aangedane plekken met boter of margarine in te smeren en die met een tissue weg te vegen.
Honden in de winter
Wanneer uw hond regelmatig met pekel (strooizout) in aanraking komt, is het noodzakelijk na elke wandeling de voeten te spoelen in een bakje met lauw water. Droog ze daarna goed af.Doe voor de wandeling nietop, maartussende voetzolen wat vet om klonteren van sneeuw te voorkomen. Knip alle lange haren onder de voeten weg. Komen er toch sneeuwballetjes tussen de voetzolen (de hond gaat plotseling hinken) ontdooi deze dan met de handen en verwijder ze voorzichtig. Zie er op toe dat de hond geen sneeuw eet, hoe graag ze dit ook doen. Het kan leiden tot maag-darm stoornissen. Laat uw hond ook niet op het ijs, de hond weet niet wanneer het wel/niet kan en zou er door kunnen zakken.
Laat de hond bij thuiskomst niet op een al te warme plaats liggen, de overgang is te groot en dit kan leiden tot diarree, verkoudheid en huidproblemen.
Nagels
Loopt de hond vaak op een harde ondergrond, dan slijten de nagels meestal op natuurlijk wijze af. Lopen ze echter altijd op een zachte ondergrond, dan slijten ze niet. Deze lange nagels veroorzaken spreidtenen en deze veroorzaken op hun beurt weer een afwijkend gangwerk.
Zijn de nagels te lang, dan kan uw dierenarts of trimster u laten zien hoe u zelf de nagels kunt knippen en adviseren welke tang u het beste kunt gebruiken. Let op zgn. “leven” (bloedvat); bij licht gekleurde nagels kunt u dit zien, bij donker gekleurde nagels niet.
Besteed ook aandacht aan de klauwtjes (vijfde teen) op de voor- en eventueel achterbenen. Deze zitten wat hoger. Ze kunnen, als ze te lang zijn, krom worden en in het vlees groeien.
Temperaturen
De lichaamstemperatuur van een hond ligt tussen de 38 en 39 graden Celsius. Dit is afhankelijk van het ras (grote, zware honden hebben over het algemeen een lagere lichaamstemperatuur dan kleine honden). Het opnemen van de temperatuur gebeurt rectaal met een gewone koortsthermometer (ingevet met vaseline), gedurende 2 minuten of een digitale thermometer, gedurende 1 minuut. Boven de 39,5 graden heeft de hond koorts. Zorg dat de hond rustig blijft liggen of staan tijdens het temperaturen en houdt de thermometer vast. Bij braken of diarree heeft de hond al gauw een ondertemperatuur o.a. ten gevolge van uitdroging. Bij zowel een onder- als een boventemperatuur is het nodig de dierenarts te raadplegen.
Het ingeven van medicijnen
Pillen, tabletten, capsuleskunt u in een stukje worst stoppen (kijk uit met een darmontsteking of de hond het wel hebben mag). Soms ruikt de hond onmiddellijk dat er iets in zit en accepteert het niet. Foefje: drie stukjes worst, het eerste zonder medicijn, dan één met medicijn en direct er achteraan weer één zonder. U kunt het tabletje ook achterop de tong leggen, het iets naar achteren duwen en over de keel strijken. Door het strijken krijgt de hond een slikreflex en het tabletje wordt doorgeslikt.
Poederskunt u het beste oplossen in wat water. Dit geheel zuigt u op in een spuit en u laat de vloeistof aan de zijkant van de bek tussen de lippen door naar binnen lopen. Via de kiezen sijpelt het zo verder en de hond kan zich niet verslikken.
Bij sommige honden lukt het door de oplossing met wat vlees te vermengen. Braakt de hond, dan geen medicijnen oraal (via de bek) ingeven, want hij braakt ze net zo hard weer uit.
Kijk uit met het geven van pijnstillers; de honden gaan zich al vlug forceren. Een penicilline kuur altijd afmaken, tenzij de dierenarts anders beslist.
Ontlasting
Controleer van tijd tot tijd of de kleur en de dikte van de ontlasting normaal is. Ontlasting hoort niet te hard en niet te zacht te zijn.
Diarree kan verschillende oorzaken hebben o.a.:
-na verkeerd eten
-na een strandwandeling (zout water gedronken)
-wijziging van voer
-ziekte
Dieet bij diarree:
Eerste dag:vasten, alleen drinken, bij voorkeur rijstwater (handje vol rijst in ruim water koken) of thee.
Tweede dag: het drinken aanvullen met een droge beschuit of licht voedsel (gekookte kip, vis, witbrood) in kleine hoeveelheden).
Is na drie dagen de diarree nog niet over, raadpleeg dan de dierenarts. Altijd naar de dierenarts gaan bij bloed in de ontlasting, als de hond suffig of ziek is, bij diarree en braken. Braken geeft veel vochtverlies, wat vooral voor jonge honden fataal kan zijn (al binnen een paar dagen).
Plaats uitwerpselen:
Probeer zo weinig mogelijk overlast te bezorgen (poep in grasmaaimachines). Leer uw hond zich in de bosjes of goot te ontlasten. Bij een ongelukje; ruim het zelf op!!!
Algemeen ziektebeeld
Let op het gewone beeld/gedrag van uw hond, dan bent u ook in staat het afwijkende beeld en gedrag op te merken. Enkele voorbeelden:
-veranderend eet/drink gedrag, bijv. niet willen eten of veel drinken
-koorts, rillerig
-diarree, braken, kleur van de urine
-hoe gaat de hond liggen, loopt hij kreupel
-ademhaling, hijgt hij meer of eerder
-agressief als hij op bepaalde plaats wordt aangeraakt
-verandering van kleur mondslijmvlies, oogslijmvlies
Loopsheid
Als de teef om-en-nabij negen maanden oud is, zal zij voor de eerste keer loops worden. Individueel kan deze leeftijd sterk uiteenlopen. Zo is het volstrekt niet abnormaal dat een teef al met zes maanden loops wordt of pas met dertien maanden. Meestal wordt een teef één keer in de zes maanden loops, maar het komt voor dat er acht, negen of zelfs twaalf maanden tussen twee loopsheden in zitten. De loopsheid duurt drie weken, soms iets langer.
Vlak voor de loopsheid merkt u dat uw teef aantrekkelijk begint te ruiken voor reuen en dat de vulva opzwelt. Dan volgt een bloederige afscheiding. De dag waarop de bloeding begint is de eerste dag van de loopsheid.
Afhankelijk van het individu en het ras kan de dekking plaatsvinden tussen de negende en de zeventiende dag (soms later, meestal tussen de tiende en dertiende dag). In deze periode kan zelfs de meest gehoorzame teef ongehoorzaam zijn en zal proberen de benen te nemen. Houd dus uw loopse teef aan de lijn!
De teef blijft ongeveer vier weken aantrekkelijk ruiken voor reuen.
Trappen lopen
Laat uw pup geen trappen lopen! Draag de pup tot hij negen maanden oud is de trap op en af. Als u een groot ras hebt, of u bent slecht te been, draagt u hem dan zolang u dat kan. Is de pup te zwaar voor u geworden, pak hem dan vast bij de halsband en loop zo rustig met hem de trap op en af. Hierbij is de trap af schadelijker voor uw hond dan de trap op.
Bij een hond zijn de voorpoten d.m.v. spieren aan de romp bevestigd (een hond heeft geen sleutelbeenderen, zoals een mens). Bij een jonge hond zijn de spieren nog onvolledig ontwikkeld en zeer kwetsbaar. Bij het trap af lopen komt iedere keer het volle gewicht van de hond op de spieren van de voorhand. Hoe doldriester uw hond de trap “afdendert”, des te groter is de kans op blijvende beschadiging van de spieren van de voorhand. Heupdysplasie (HD) kan nooit alleen veroorzaakt worden door trappen lopen. HD is een erfelijke afwijking van het heupgewricht die door externe factoren (bijv. trappen lopen, voeding, onregelmatig terrein, gladde vloeren) wel verergerd kan worden, maar nooit door alleen die factoren kan ontstaan.
Laat uw pup in de socialisatie periode één keer de trap op en af gaan (om latere moeilijkheden -omdat hij de trap niet op/af durft- te voorkomen). Verbiedt het daarna.
Uitlaten
Ga met uw pup nog niet echt wandelen. Hij/zij geeft n.l. niet zelf aan wanneer het genoeg is geweest. Uw pup heeft nog veel rust nodig. Bovendien is het niet goed de nog onvolgroeide pezen, banden en gewrichten te veel belasten. Het is beter om de pup ergens mee naar toe te nemen, hem daar neer te zetten en dan zijn eigen tempo te laten bepalen. Vuistregeltje: opvoeren met 5 minuten per leeftijd-maand. Is de pup vier maanden oud, dan mag hij 5x4=20 minuten spelen/lopen in het bos of park.
Behendigheid
Vanaf een jaar. Het is echter wel mogelijk de pup/jonge hond al aan een aantal toestellen te wennen, bijvoorbeeld de tunnel. De pup moet er doorheen –tot grote hilariteit van de omstanders moet de baas soms de eerste keer zelf de tunnel in om de pup zo ver te krijgen. Daarna is het echter een heerlijk spelletje; we geven het commando“door”. We kunnen de pup alvast over een lange plank laten lopen,“over”, of een paar hele lage sprongetjes laten maken, bijvoorbeeld over een omgewaaide of gerooide boom of over een dikke tak over het bospad;“hoog”. Het is een leuk spel en goed voor de baas/hond verhouding. Let op, laat de hond niet te hoog springen i.v.m. de al eerder genoemde banden en gewrichten.
Draven naast de fiets
Een uitstekende beweging voor uw hond, maar nooit vóór dat de hond 1 jaar oud is, (bij grotere rassen nog langer wachten) is het draven naast de fiets. De hond moet volledig zijn uitgegroeid. Het monotone voortbewegen (zeker als het te lang duurt) is voor de gewrichten een zware belasting.
De hond altijd rechts naast de fiets laten draven. U begint op een heel rustige plaats de hond aan de fiets te laten wennen en in het begin maar een paar minuten. Langzaam de tijdsduur opvoeren (u gaat ook niet meteen een halfuur hardlopen als u dat niet gewend bent). Bij buitentemperaturen boven de 22 graden Celsius moet u de hond niet naast de fiets laten draven. Dit is pure dierenmishandeling.
Voeding
Een goede voeding voldoet aan de volgende eisen. Het moet:
-lekker zijn,
-goed te verteren zijn zonder al te veel problemen,
-alle benodigde voedingsstoffen (40) bevatten en in de juiste verhoudingen,
-geen toxische of andere de gezondheid bedreigende stoffen bevatten.
Honden hebben wat het voer betreft bepaalde voorkeuren die van hond tot hond verschillen. Voeding moet bestaan uit: koolhydraten, vetten, eiwitten, mineralen en sporenelementen, ruwe vezelstoffen en water. Een compleet voer bestaat uit al deze bestanddelen, bovendien in de juiste verhoudingen. Als u iets toevoegt of u mengt twee verschillende soorten voer met elkaar, dan is de juiste verhouding zoek en de hond kan in de problemen komen. Complete voeders kunt u krijgen in de vorm van: versvlees voer (diepvries maaltijden), droogvoer, diners en blikvoer. De samenstelling van de meeste voeders zijn goed tot redelijk goed. De betere voeders bevatten geen geur, smaak en schadelijke conserveringsstoffen. Er zijn veel goede voeders en er is keuze genoeg. Lees de samenstelling van de inhoud van het voer. De volgende voedingsmiddelen bevatten stoffen waar de hond niet tegen kan: rauwe zoetwatervis, chocolade, rauw of zacht gekookt ei. Deze dingen geeft u dus niet aan uw hond. Verder geen varkensvlees en liever geen rauwe lever. Nooit de hond alleen met vlees voeren; zie benodigde voedingsstoffen. Er zijn ook complete voeders in de handel. Hier kunt u wel een bepaalde hoeveelheid vlees aan toevoegen.
Is de hond volwassen, voer hem dan twee keer per dag. Zorg dat de hond altijd schoon, vers drinkwater tot zijn beschikking heeft.Uw hond is in het algemeen te dik, als u zijn ribben niet kunt voelen en te mager als u zijn ribben kunt zien.