START
CONTACT & INFORMATIE
AGENDA KC ZEIST
NIEUWS
VERSLAGEN & UITSLAGEN
OPVOEDING & GEHOORZAAMHEID
BEHENDIGHEID
FLYBALL
WORKSHOPS & CURSUSSEN
LINKS & WEBLOGS
FOTO & FILM
DOWNLOADS & LEESHOEK
ARCHIEVEN
Puppentheorie

Wat is een hond.

Een hond is een directe afstammeling van de wolf. Ondanks het vaak grote verschil in uiterlijk tussen de huishond en de wolf zijn een groot aantal gedragingen gelijk. Een wolf is een sociaal levende jager, waarbij in een roedel samen wordt gejaagd, voor de jongen gezorgd en een territorium verdedigd. Bij onze hond komt dat overeen met samen wandelen en trainen, het jagen gaat achter een bal of jogger aan, een teef zorgt net zo voor haar pups als een wolvin en veel honden verdedigen hun huis, mand of voerbak. Het is zaak dit natuurlijke gedrag in goede banen te leiden (wel een bal, geen jogger najagen, wel het huis, niet het bed van de baas verdedigen, etc.).

Een wolf leeft in een hiërarchisch systeem, waarin iedereen zijn plaats weet en zijn specifieke taak heeft. Om zo te kunnen leven moet een wolf communiceren. Hij doet dit door zijn houding, geluid (grommen, piepen), geur (anaalklieren) en gedrag. Honden communiceren op dezelfde manier, zij het dat ze door hun uiterlijk met veel haar, hangoren, gecoupeerde staart etc, dit minder duidelijk doen dan wolven.

 

 

 Skelet Hond

 

 


Trainingsmateriaal
Voor de training heeft u een zachte leren of nylon halsband (niet slippend) nodig en een riem van ongeveer 1 meter lang (geen flexie of kettingriem). Geeft de hond voor de les geen eten en laat hem goed uit. Zorg dat u iets heeft om hem te belonen. Een aantal beloningsbrokjes en een speeltje waar je samen mee kan spelen (bal aan touw, bal in sok, flostouw, rubber ring etc.). Zelf zorgt u voor aangepaste kleding, geen lange jassen, lange sjaals en makkelijk schoeisel.

 

Ontwikkeling van de hond

Levensfasen van de hond

  • 0-2 weken: vegetatieve fase: alleen aangeboren gedrag
  • 2-4 weken: overgangsfase: zintuigen gaan meedoen
  • 4-12 weken: eerste socialisatie
  • 4-7 weken: kennismaken met de omgeving: moeder, nestgenoten, fokker, vreemde mensen, geluiden, omgeving etc.
  • 7-12 weken: verdere kennismaking met de omgeving door nieuwe eigenaar
  • 12-20 weken: tweede socialisatie: 12-16 weken rangorde fase, plaats in het gezin
  • 16-20 weken: roedelordefase; plaats in de maatschappij
  • 20 + weken: puberteit: uittesten van de omgeving
  • Volwassenheid

De eerste 12 weken van het leven van een hond zijn heel belangrijk. In deze periode moet hij met alles kennismaken wat hij later kan tegenkomen: verkeer, vreemde mensen en kinderen, andere honden en andere dieren, drukke omgeving etc.

Het is heel belangrijk van deze periode gebruik te maken en te zorgen dat uw hondje prettige ervaringen krijgt met de wereld om hem heen.

Laat hem kennis maken met allerlei soorten mensen, jonge en oudere, met een stok, een rolstoel een paraplu, een boodschappentas of een hoed. Mensen alleen op een pad, of in een groot aantal op bv een winkelcentrum of een station. Ook kennismaking met kinderen is belangrijk. Zoek hiervoor rustige kinderen die honden gewend zijn uit. Niet het hondje op laten tillen, wel laten snuffelen en aaien, en eventueel een brokje laten geven.

Laat uw hondje ook kennismaken met het verkeer, ook al woont u in een rustige buurt. Neem hem mee met de bus, in de trein en met de auto. Laat hem kijken bij het fietspad, en loop ook eens over drukke wegen. Laat hem kennismaken met andere dieren, eenden, kippen, geiten, paarden, etc. Dit kan door langs een weide of kinderboerderij te lopen. Houdt altijd uw pup aangelijnd. Laat uw hondje ook kennismaken met andere honden, grotere en  kleinere, langharige, kortharige, bonte en zwarte. 

In deze periode zuigt hij als een spons indrukken op die hij later nodig heeft. Hierna is de spons vol en vindt hij vreemde dingen eng. Het je eigen maken van al die indrukken heet socialiseren.

Zorg dat dit zo prettig mogelijk verloopt; dus optillen in een hele drukke winkelstraat, geef hem de gelegenheid eerst even rustig te gaan zitten en kijken. Geeft de pup ook voldoende rust.

 

Hoe leert een hond

Tijdens de training en thuis proberen we de hond een aantal oefeningen aan te leren. Onder leren verstaan we: wijzer worden, of je een kundigheid eigen maken.

Inprenting
Dat is leren door een eenmalige prikkel van buiten die daarna voor de rest van het leven invloed heeft. Een sterk voorbeeld is het ganzekuiken, dat het eerste wat hij ziet als hij uit het ei komt beschouwd als zijn moeder, ook als dat een paar laarzen is! 
Voor de hond zijn de eerste 8 weken de inprentingperiode, in deze tijd moet hij andere honden zien en mensen, anders ziet hij die niet als soortgenoot.

Voorbeeldleren
Dit is leren door na te doen wat andere honden doen, dit gaat meestal geleidelijk.

Ervaringsleren
Dit is leren door steeds te proberen leert een hond bv de deur open te maken.

Associatieleren
Leren door een bepaald gedrag te verbinden met een beloning. Dit gebruiken we bij de training. Dit kan door de hond in een oefening te lokken en dan de beloning en het woordje eraan te verbinden.

Gewenning
Leren door geleidelijk blootstellen aan een prikkel kan een hond hieraan wennen, bv het verkeer.

Een hond kan dus op veel  manieren dingen leren. Bedoeld of onbedoeld, leert een hond van alle ervaringen, hij leert altijd, ook als we niet aan het trainen zijn. Bedenk dat je een hond alleen kan bijleren en niets kunt afleren. Het aanleren van het juiste gedrag gebeurt door het juiste gedrag te belonen. Als hierdoor het gedrag vaker optreedt is de beloning effectief. Zo niet, dan wordt de beloning niet als zodanig gezien, is niet leuk of lekker genoeg, of is de timing verkeerd.

Bij training alleen belonen. Bij opvoeding mag je ook corrigeren. De eerste 12 weken moet je alleen positief werken, de pup mag dan ook van andere honden nog alles. Later mag je corrigeren: dit wil zeggen zorgen dat het foute gedrag ophoudt en vervangen wordt door het juiste gedrag.

Wat is een beloning?

Een beloning is iets waardoor de hond het gewenste gedrag vaker laat zien. Bv als hij gaat zitten krijgt hij een brokje, hij vindt dit lekker, en gaat vaker zitten. Heel belangrijk is de timing, tijdens of binnen een seconde na het gewenste gedrag belonen. De beste beloning is voer. Een klein "hap-slik-weg" formaat voertje, waar ze niet op hoeven te kauwen. Leer de hond het voer te associëren met een woordje "braaf" op hoge vriendelijke toon gesproken.

Andere vormen van beloning zijn vriendelijk toespreken, aanhalen en spelen. Spelen als beloning is moeilijk, dit moeten de baas en de hond eerst leren. Er kan namelijk strijd ontstaan om het speeltje en dan schiet je doel (beloning) voorbij. Aanhalen vinden sommige honden niet prettig, met name over hun kop aaien wordt niet altijd als een beloning ervaren. Op de borst of achter het oor kroelen werkt beter. Zoek voor uw hond uit wat hij ervaart als de beste beloning en wat bruikbaar is in de les. Piepbeesten bv geven vaak grote opwinding en leiden andere honden af.

Zindelijkheid

De meeste honden zijn in principe al heel jong zindelijk, in zoverre dat ze hun slaapplaats niet zullen bevuilen. Dat kan je vaak al zien in het nest, waar de pups slapen is het droog. Pups die in een vuile omgeving groot worden, zullen dan ook veel moeilijker zindelijk worden.

Met een bench kunnen we in huis een eigen slaapplaats maken, wat de zindelijkheidstraining vergemakkelijkt. Maar een jong hondje moet heel vaak uit, bij hele jonge hondjes zodra ze wakker zijn, na het eten, na het spelen. Dit kan wel 10 x per dag zijn. Het is handig om zindelijkheidstraining apart van wandelingen te houden. Even snel naar buiten voor de behoefte, bij voorkeur op dezelfde plek, dicht bij huis, of op een apart plekje in de tuin. Bij de wandeling komt een pup zoveel spannende dingen tegen, dat hij als het ware vergeet te plassen.

Zindelijk is een pup pas, als hij het hele huis als zijn hol beschouwt. Als de hond in het begin veel in de keuken wordt gehouden, is hij misschien daar wel zindelijk, maar niet in de woonkamer. En als hij in uw huis zindelijk is, kan hij bij een ander misschien toch nog een plasje doen.

Het is heel belangrijk uw hondje vaak de gelegenheid te geven om zijn behoefte te doen en zo ongelukjes te voorkomen. Doet hij het netjes op zijn uitlaatplekje, prijs hem dan de hemel in. Doet hij het per ongeluk toch binnen, draag hem dan snel, zonder te straffen of boos toe te spreken, naar zijn uitlaatplaats. Als hij het daar "afmaakt" is hij weer geweldig.

Zorg dat u uw hondje niet zonder toezicht laat. Als u geen tijd heeft om op hem te passen, doe hem dan in zijn bench.

Let goed op uw hond, na het spelen, eten en slapen moet hij meestal wat doen. Geef hem als hij heel klein is dan altijd en gelegenheid. En houdt hem als hij wat ouder is op deze momenten  goed in de gaten, zodat u tijdig kunt ingrijpen.

Stel ook niet te hoge eisen aan uw hondje, 's nachts houdt hij het misschien wel 6 uur vol, maar overdag als hij wakker is, is twee uur al lang.

Bij een begroeting laten hondjes ook vaak urine lopen. Dit is geen onzindelijkheid, maar een zogenaamd deemoedplasje. Als uw hondje dat steeds doet moet u de begroeting minder uitbundig maken. Negeer hem, of laat uw bezoek eerst geen aandacht aan hem schenken, zet hem eerst op zijn uitlaatplaatsje en ga dan samen naar binnen. Straffen werkt helemaal in dit geval averechts, uw hondje zal zich dan nog onderdaniger opstellen en nog eerder gaan plassen. Bijna alle honden zijn met een maand of 6 wel zindelijk.

 

Verzorging
Natuurlijk zorgt u voor uw hond, u geeft hem eten en drinken en laat hem uit. Maar er is meer. Eerst de medische zaken.

Om gezond te blijven en geen gevaar voor andere honden op te leveren is het belangrijk dat u uw hond tijdig laat enten. Overleg hierover met uw dierenarts.

Het meest gebruikelijke schema is:

  • op 6 weken: parvo en hondenziekte
  • op 9 weken: ziekte van Weil eventueel gecombineerd met parvo
  • op 12-14 weken: cocktailenting (parvo, hondenziekte, hepatitis, ziekte van Weil, influenza)
  • Jaarlijks parvo en ziekte van Weil laten enten of de cocktail enting

Voor bezoek aan het buitenland is enting tegen hondsdolheid nodig en soms een gezondheidsverklaring. Overleg hierover met uw dierenarts.

Ontwormen is ook heel belangrijk, niet alleen voor de gezondheid van uw hond maar ook voor de gezondheid van mensen en met name kinderen. Deze kunnen zich besmetten door wormeitjes in de ontlasting van de hond. Pups elke 3 weken ontwormen tot 12 weken dan eens per maand tot 6 maanden. Volwassen honden tweemaal per jaar.

Voeding
Een hond heeft een uitgebalanceerde voeding nodig. Voldoende energie om te rennen en te spelen, voldoende eiwitten om te groeien en voldoende mineralen voor zijn botten. 

 

 

Het moderne volledige voer voldoet aan deze eisen en het is erg moeilijk om zelf een uitgebalanceerd voer te maken. Er bestaat droogvoer en blikvoer. Droogvoer bevat ongeveer 10 % vocht, blikvoer ongeveer 90 %. Informatie over het juiste voer voor uw hond kunt u vragen aan uw dierenarts. Wij promoten Pedigree Advance, dit is uitstekend voer voor alle type honden. Geef uw hond tot 4 maanden 4 maaltijden per dag, tot 6 maanden 3 en daarna twee. Laat de hond na het eten rusten en ga niet direct lang wandelen of spelen.

 

Drinken
Zorg dat er altijd voldoende vers water voor uw hond klaar staat.

 

 

Borstelen
Wen uw hondje vroeg aan de borstel, ook al heeft hij nog niet veel haar. Het is een vorm van sociaal contact en uw hond moet zich aan u overgeven om zich te laten borstelen. Door de sessies kort te houden en af te sluiten met een brokje, voorkomt u later problemen. Tijdens het borstelen of aaien kunt u de hele hond bekijken op wondjes, parasieten (vlooien of teken). Ook bekijkt u zijn bekje (lipjes optillen) om de stadia van het wisselen in de gaten te houden. Kijk hem in zijn oortjes, til zijn staartje eens op. Alles op een vrolijke vriendelijke manier en vooral kort.  Als u hond het aanraken en borstelen prettig gaat vinden is dat makkelijk als hij later naar de dierenarts moet. Hij is dan gewend om aangeraakt te worden.

 

Gedragsherkenning
Wat is gedrag? Gedrag is een reactie op een uitwendige of inwendige prikkel. Voorbeelden van uitwendige prikkels zijn de baas, andere honden en de bal. Inwendige prikkels zijn bijvoorbeeld honger, dorst, pijn, vermoeidheid en slaap.

Honden zijn sociale dieren die op allerlei manieren met elkaar communiceren. Het belangrijkste hierbij is de houding. Door de stand van zijn oren, ogen, lippen, lichaam en staart geeft de hond blijk van zijn stemming en sociale rang. Daarnaast wordt gecommuniceerd met geluiden, grommen, piepen, blaffen en met geur. Geur wordt afgescheiden door de anaalklieren die naast de anus liggen. Dit geeft het geurige visitekaartje van de hond en hiervan komt wat mee op de ontlasting, waardoor dat ook een reuksignaal wordt. Ook met de urine wordt een luchtje afgescheiden die andere honden informatie geeft. Heel belangrijk is de geur van een loopse teef, waar andere honden sterk op reageren.

Om te weten wat de neutraalstand van uw hond is, is het belangrijk de stand van de kop, oren en staart te bekijken als hij ontspannen is, dit verschilt namelijk sterk per ras of type. Denk hierbij aan het verschil tussen de neutraalstand van een poolhond of een windhond. Wat betreft de sociale status kennen we de dominante houding en de onderdanige houding. Dominantie is een gegeven in een relatie tussen twee honden, tegenover een andere hond kan deze relatie weer anders liggen.

In het algemeen probeert een dominante hond zich groter te maken ten opzichte van de neutraalstand. De oren zijn naar voren, hij kijkt je aan, de staart is meer omhoog en hij strekt zijn poten. Hij probeert andere honden over de bek te bijten, bij mensen de handen, hij neemt afstand, probeert over een andere hond heen te staan, vertoont rijgedrag, loopt voorop, neemt het initiatief, verdedigt zijn voer, en plast overal overheen. De onderdanige hond probeert zich juist kleiner te maken dan de neutraalstand. De oren gaan naar achter, de ogen tot spleetjes, hij zakt wat door zijn poten en de staart is laag. Hij loopt achter, verliest het spel en neemt geen initiatief.

Naast de sociale status zijn er de emotionele gedragingen zoals blijdschap, opwinding, angst en agressie. Een blije hond heeft een onderdanige houding maar probeert hierbij actief contact te zoeken door aanstoten, opspringen en het likken van de mondhoeken (of bij mensen de handen) en kwispelt snel. Hij vertoont als het ware puppengedrag. Bij opwinding kan een hond blaffen, de rug- en nekharen opzetten en kwispelen en druk rondlopen. Een bange hond heeft zijn oren plat naar achteren, de ogen zijn afgewend, soms is het wit van de ogen te zien, de mondhoeken zijn naar achteren getrokken, de houding is gedrukt en de staart is tussen de poten geklemd en kwispelt niet. Een agressieve hond kan dit doen vanuit een dominante houding of vanuit een lage houding (angstagressie). Dominante honden hebben bij agressie de oren naar voren, staren de tegenstander aan, trekken de lippen op zodat de voor- en hoektanden zichtbaar worden. De staart is hoog. Een angstig agressieve hond heeft de oren naar achter, trekt de lippen naar achter zodat de kiezen zichtbaar zijn en houdt de staart laag. Hij kijkt je aan en het oogwit is vaak te zien.

 

Gedrag
Twee vormen van gedrag blijken in de praktijk vaak problemen te geven: agressief gedrag en angstig gedrag. Agressie is een natuurlijke reactie op een voor de honden bedreigende prikkel. Onder agressie verstaan we een daad van geweld (bijten) of het dreigen daarmee. Agressie kan een groot aantal oorzaken hebben zoals:

  • Erfelijke aanleg, waarbij de pups door de genen van de vader of de moeder sneller geneigd zijn tot agressief gedrag; dit komt soms voor bij terriersoorten, maar ook bij sommige herders.
  • Slechte socialisatie naar mensen en/of honden. Hier is de agressie gebaseerd op angst en ze bijten vanuit een lage houding met wijd open bek, oren naar achteren en een lage staart (tussen de poten).
  • Dominante agressie. Bij een rangordeconflict zal de ranghogere door te vechten zijn positie verdedigen. Dit gebeurt dan vanuit een hoge houding, oren naar voren staart hoog, voortanden ontbloot.
  • Territorium agressie. Dit is binnen zekere grenzen normaal gedrag waarbij het eigen huis, mand, auto, tuin etc., verdedigd wordt.
  • Pijnagressie; als een hond oorontsteking heeft en je trekt hem aan zijn oor zal hij bijten. Als deze ontsteking niet eerder is opgemerkt, kan het gedrag onverwacht zijn na aaien over bv de kop. Bij onverwachte agressie de hond altijd door de dierenarts na laten kijken.
  • Aangeleerde agressie. Door pakwerk, bijt en stoeispelletjes wordt agressief gedrag beloond en gekanaliseerd zodat het in gecontroleerde situaties mag. Het gedrag wordt zo versterkt. Agressie wordt ook aangeleerd door de manier waarop de baas omgaat met verschillende situaties. 
  • Jacht agressie. Een hond kan een kleine hond zien als prooi en hem als zodanig opjagen en proberen te bijten. Maar ook jagen achter fietsers, joggers, schapen en auto's zijn vormen van jacht agressie.
  • Angstagressie. Dit komt voor bij normale honden die in het nauw gedreven worden bv bij doorstraffen terwijl de hond zich overgeeft, maar ook bij pijn na een traumatische gebeurtenis (bv bij een aangereden hond).
  • Spelagressie. In spel met soortgenoten zijn er hondjes die doordat ze steeds winnen leren zich steeds fanatieker op te stellen. De grens tussen spel (doen alsof) en echt vechten is dan snel overschreden. Let bij het spelen op uw eigen hond, als hij te fanatiek wordt stoppen en afleiden.

Uit bovenstaande blijkt al dat agressie en angst vaak met elkaar te maken hebben. Angst is te herkennen aan de lichaamshouding, laag, oren naar achter, staart tussen de poten.

Een ander vorm van gedrag die we vaak tegen komen is het zogenaamde overspronggedrag. Hierbij wordt bij een conflictsituatie schijnbaar nutteloos gedrag vertoond. Dit kan gapen, schudden, snuffelen, hijgen, blaffen, likken, rollen, krabben o.a. zijn. De hond doet dit om zichzelf of zijn omgeving te kalmeren en is een uiting van stress. Het is dan zaak uit te zoeken wat de stress veroorzaakt en de hond niet te straffen.

Gedrag 
Een hond stamt af van de wolf en is dus een sociale jager die in een mensenroedel woont. 

 

 

Het is dan ook belangrijk dat wij ten opzichte van de hond als de roedelleider optreden. Want als goed gesocialiseerde hond ziet hij ons als soortgenoten en gedraagt zich tegenover ons net zoals tegenover een andere hond. Wij zijn zelfs "superhonden" omdat we veel hoger zijn dan de hond en met onze handen kunnen aaien (likken) en knijpen (bijten) zodat het lijkt alsof we drie koppen hebben. De baas moet in alle omstandigheden leiding geven en nooit het initiatief aan de hond laten. Dit kan door wat simpele stan­daardregels toe te passen: de zogenaamde dominantieregels.

  • Wees konsekwent JA = JA, NEE = NEE. MISSCHIEN en SOMS  bestaan niet!
  • De baas gaat altijd als eerste door de deur (naar buiten en naar binnen )
  • De baas bepaalt wanneer er wordt gewandeld; als de hond zeurt, eerst naar de plaats sturen, even wachten en als het de baas uitkomt weggaan.
  • De baas bepaalt altijd wanneer er gespeeld wordt en wanneer het spel ophoudt. Komt de hond met de bal zeuren, nooit op ingaan, wegsturen en zelf bepalen wanneer er gespeeld wordt. Ook het spel stoppen voordat de hond het zat is, bepaal zelf wanneer het "KLAAR" is. Berg het speeltje weer op
  • De baas bepaalt zelf wanneer (en of) de hond aangehaald wordt, zeurt de hond door met de snuit te duwen of de kop op schoot te leggen, eerst wat laten doen (zitten, af o.i.d.) dan aanhalen. Of wegsturen, later roepen en dan aanhalen
  • Laat de hond een gegeven commando altijd uitvoeren, geef nooit halverwege op. Al moet je erop gaan zitten, als het commando "AF" gegeven wordt, zal de hond gaan liggen
  • Voorkom dat de hond fouten maakt, geef geen commando die hij vrijwel zeker niet zal opvolgen. Bijvoorbeeld als hij wild aan het spelen is met een andere hond niet roepen. Roep hem "HIER" als u hem eten geeft of wanneer u de bal tevoorschijn haalt om te gaan spelen
  • Laat de hond niet trekken aan de riem, trekken is leiding geven, u bent de baas
  • Laat de hond niet tegen u opspringen, dit is dominant gedrag
  • Laat de hond niet bedelen, al kijkt hij nog zo aandoen lijk, u gehoor zaamt de hond als u toegeeft

De hond als huisdier is gebaat bij een duidelijke plaats in de rangorde: ONDERAAN. Vertrouwen in de baas als leider geeft hem rust en zelfvertrou­wen. Een hond is nooit gelijkwaardig aan een mens, als de hond de leiding heeft geeft dat verantwoorde­lijkheden die hij niet aan kan, hij wordt nerveus, onzeker en onbe­trouwbaar. 

Weet hij echter zijn plaats, dan krijgt hij vertrouwen in zichzelf en zijn baas en wordt hij evenwichtig en rustig. 

 

 

 

Honden en kinderen
Honden en kinderen samen kan heel goed, maar ook heel fout gaan. Als kinderen gebeten worden door honden gebeurt dat meestal door de eigen hond en is het kind jonger dan 5 jaar.

Om te begrijpen waarom een hond een kind zou bijten, is het nodig iets te begrijpen van het gedrag van honden en van kinderen. Het karakter van de hond wordt gevormd door zijn erfelijke aanleg, opvoeding, training en vroege ervaringen. Daarnaast is het van groot belang dat de hond in zijn eerste levensweken in contact is gekomen met voldoende mensen en kinderen. Goede opvoeding, gehoorzaam­heidstraining en de juiste plaats van de hond in het gezin zijn voorwaarden voor een normaal functioneren.

Een hond stamt af van een wolf en ziet zijn gezin als zijn roedel, waarin een hiërarchie heerst, de mensen de roedelleiders zijn en de hond aan hen gehoorzaamt. Wie hoger in rang is heeft het recht te corrigeren. Kinderen hebben door hun formaat geen automatisch overwicht over een hond, worden niet als hoger in rang gezien en mogen dus gecorri­geerd worden als ze te ver gaan (vanuit het standpunt van de hond gezien natuurlijk). In aanwezigheid van de baas, die zich beschermend opstelt tegenover het kind, ontstaat een zogenaamde afhanke­lij­ke dominantie. Dit betekent dat de hond zich onderdanig of terughoudend naar het kind opstelt ALLEEN IN AANWEZIGHEID VAN DE VOLWAS­SENE. Is het kind alleen met de hond dan ontstaat een heel andere situatie, waarin de liefste hond onverwacht kan reageren!

Een hond is geen mens, denkt niet over dingen na, maar reageert primair en instinctief. Een goed gesocialiseerde hond ziet zijn gezin als roedelgenoten, medehonden en zal zich zo tegenover hen gedragen. Een hond zal zonder provocatie niet bijten; het is dus van belang te weten welk gedrag van kinderen als provocatie opgevat kan worden.

  • benaderen en aanraken
  • om de nek hangen of op de rug gaan zitten
  • gillend wegrennen, druk spelen
  • storen bij het eten, slapen of in de mand
  • afpakken van speeltje
  • benaderen en helemaal najagen kan als bedreigend worden opgevat. Ook strak aankijken wordt door een hond als dreigend ervaren. Vraag bij een vreemde hond dus altijd aan de eigenaar of de hond geaaid mag worden en laat de hond naar het kind toegaan. Hier worden handelingen uitgevoerd waarmee honden onderling hun dominante positie benadrukken. Dit wordt dus alleen geaccepteerd van iemand die door de hond als ranghogere wordt gezien. Laat het kind de hond op zijn borst of aan de zijkant van zijn lijf aaien.
  • hier wordt de jachtdrift van de hond geprikkeld, hij kan het kind dus als prooi zien en proberen te vangen. Ook als de hond gezellig mee wil spelen is bij een middel­grote hond de kans op onbedoelde ongelukken groot (omgooien etc.).
  • geeft aan op welke gebieden het kind moet leren de hond met rust te laten. Eten afpakken wordt niet van een ranglagere getolereerd en de eigen plek zal worden verde­digd. Situatie 5 komt overeen met het afpakken van eten. Het is verstandig om als de hond klaar is met eten de voerbak weg te halen en geen speeltjes los in huis te laten liggen.

 

 

 

Puberteit
Uw pup groeit snel en na een maand of 6 komt hij in de puberteit wat de aanloop is tot volwassenheid. Dit is een fase waarin lichamelijke en emotionele veranderingen optreden.

In de puberteit beginnen reuen met de poot omhoog te plassen en gaan vaker de confrontatie aan met andere honden. Ook tegenover de baas gedragen ze zich vaak dwars, luisteren ineens een stuk minder goed zijn meer met hun omgeving bezig, ze vinden overal ineens spannende luchtjes. Hij begint volwassen te worden.

Het is zaak in deze periode niet te toegeeflijk te zijn. Juist veel leiding geven en bekende oefeningen herhalen werkt het best. Omdat hij hormonaal aan het veranderen is, is dit niet de tijd om nieuwe oefeningen te leren. Werk vooral aan aandachtsoefeningen, speel veel met hem en zorg dat u het middelpunt van zijn bestaan blijft. Denk ook aan de dominantieregels, juist in deze periode is het nodig om op uw strepen te gaan staan.

Teefjes worden tussen de 6 en 10 maanden voor het eerst loops en voor een teef is die eerste keer een ingrijpende gebeurtenis. Niet alleen gebeurt er lichamelijk van alles, groei van de baarmoeder, zwelling van de schaamlippen, bloederige uitvloeiing, maar ook wat betreft het gedrag hebben de hormonen hun invloed. Veel teven zijn in die periode een beetje in de war en angstig. Daarbij worden ze buiten door reuen vaak opdringerig benaderd, wat ook eng kan zijn.

De loopsheid begint met wat bloedige uitvloeiing, die ongeveer een week aanhoudt, in deze periode is de teef aantrekkelijk voor reuen, maar zal ze zich niet laten dekken. Daarna wordt de uitvloeiing helderder en begint de periode waarin de teef zich wel wil laten dekken en daar ook actief naar op zoek zal gaan. Ze zal als ze de kans krijgt de benen nemen. Deze periode duurt ook ongeveer een week, waarna de bereidheid afneemt den de zwelling vermindert. In totaal duurt de hele periode minstens drie weken.

Als eigenaar is het zaak de hond in deze periode alleen aangelijnd uit te laten en te beschermen tegen al te opdringerige reuen. Pas daarom de uitlaattijden wat aan, zodat u wat rustiger kunt lopen. Ook een teef moet in deze periode veel leiding hebben, haar hoofd staat niet zo naar trainen en dit is niet de periode om nieuwe dingen te leren. Ze is meer geïnteresseerd in de luchtjes buiten en zal vaak kleine plasjes doen. Doe veel aandachtsoefeningen en train alleen eenvoudige oefeningen die ze goed kent en leuk vindt. Wees duidelijk en consequent.

 

 


Veiligheid en sociaal gedrag
Als eigenaar bent u verantwoordelijk voor wat uw hond doet, voor de veiligheid van uw hond en zijn omgeving. Er zijn een aantal zaken waar u op moet letten. Wat betreft de hond moet u zorgen dat hij geen schade aan zijn omgeving kan veroorzaken. Houdt hem waar verkeer is aangelijnd, ook al luistert hij goed. Als hij een keer toch achter een konijn aan oversteekt kan hij een ongeluk veroorzaken of zelf aangereden worden.

Laat hem niet achter fietsers, ruiters, joggers of spelende kinderen aanrennen. Lijn hem in dat soort situaties aan en leidt hem af.

Leer hem niet tegen vreemde mensen op te springen, niet iedereen vindt dit leuk, kleine kinderen kunnen vallen of vinden het eng en niemand vindt het leuk om modderpoten op zijn kleren te krijgen. Laat uw hond nooit alleen met jonge kinderen!

Laat hem niet van straat eten, je weet nooit wat het is. Geef hem ook geen botten van varkens of kippen. Via varkensvlees en varkensbotten kan hij de ziekte van Aujezky oplopen en die is voor honden dodelijk. Kippenbotjes zijn dun en splinteren zodat ze in zijn keel of ingewanden kunnen blijven steken.

Leer hem ook niet op elke vreemde hond af te stormen. Niet alle honden vinden dat leuk en er zijn erbij die uw pup stevig zullen corrigeren voor deze brutaliteit, terwijl een angstige hond misschien in paniek op de vlucht slaat. Vraag altijd eerst de eigenaar of ze samen kunnen spelen.

Houdt uw hond bij vee altijd aangelijnd en leer hem er geen aandacht aan te schenken. Een trap van een paard kan voor een hond dodelijk zijn en schapen kunnen zich in paniek verwonden of in de sloot raken. Als een hond eenmaal de smaak van het jagen op vee te pakken heeft, is het heel moeilijk af te leren.

Laat ook uw hond zijn behoefte doen op een daarvoor bestemde plaats en ruim het op als het per ongeluk op straat of op een pad gebeurt. Laat hem niet uit op kinderspeelveldjes. Hondenpoep is een van de grootste ergernissen en bovendien kunnen kinderen zich via hondenpoep besmetten met wormen.

Als u de hond meeneemt met de auto zorg dan dat hij veilig zit, niet los op de stoel (niet voorin, of in de kofferbak), maar het liefst in een bench. Laat de hond niet achter in de auto als het warm weer is. Alleen de raampjes open is niet voldoende als de auto in de zon komt te staan, en er zijn al veel te veel honden op deze manier gestikt.

Laat de hond niet naast de fiets lopen voordat hij een jaar oud is, bij grote rassen is het beter nog wat langer te wachten. Achterop of voorop in de fietsmand kan wel, maar denk dan ook om de veiligheid van de hond, zorg dat hij er niet uit kan springen.  

Als u uw hond leert om in een restaurant of in de kantine rustig onder uw tafel te gaan liggen, zult u merken dat een rustige goed opgevoede hond bijna overal welkom is.

 Auteur Maria Groot

 

 


STARTCONTACT & INFORMATIEAGENDA KC ZEISTNIEUWSVERSLAGEN & UITSLAGENOPVOEDING & GEHOORZAAMHEIDBEHENDIGHEIDFLYBALLWORKSHOPS & CURSUSSENLINKS & WEBLOGSFOTO & FILMDOWNLOADS & LEESHOEKARCHIEVEN